Tag Archives: column

Logees II

30 jan

….

Aardige man die mij verzekert dat het een heel laat wespenjaar is met erg agressieve wespen. Niet onverstandig dus om een professional te bellen. Hij trekt zijn pak aan, vertrekt naar boven en spuit zowel de vliering als de slurf vol poeder. Ik spiek vanuit ons slaapkamerraam, maar zie uitsluitend een koperen buisje de slurf in verdwijnen. Nu een weekje wachten en als er dan nog geluid is, gewoon weer bellen. Inmiddels vind ik wespen allang niet meer nuttig, maar vooral eng. Steeds grotere exemplaren verschijnen wit of stuiptrekkend in de kamers, voelsprieten komen vanuit alle plafondlampen, stopcontacten en afgedekte niet gebruikte elektra gaten. Het zoemen klinkt nijdig. Ik besef dat de vliering doorloopt naar onze slaapkamer en gescheiden wordt van de tweede vliering door een muur met zeer veel gaten. De beesten kunnen dus overal zitten. Ik bedenk een nieuwe toepassing van plastic vershoudfolie, nadat alle voorhanden zijnde visitekaartjes tussen kieren zijn gepropt. Het plastic gaat om de lampen. Elke dag liggen er meer wespen in de lampenkappen, vaak nog levend. Een nest kan tot 3.000 wespen bevatten. Brrrr….. lang leve het platteland.

Na een week nog steeds zoemend geknaag op zijn kamer. De ongediertebestrijder belooft er op woensdag te zijn. Week twee gaat in. Hij is verbaasd over het geluid en spuit nog een keer het nest vol.

“Dat nest”, vertelt hij: “Heeft de omvang van vier voetballen. Da’s best groot.”

Chips dat betekent weer een week wachten en dochter op onze kamer. Zij vindt het prachtig. Geen van de kinderen durft de kamer van mijn zoon te betreden, mijn echtgenoot wel en ik uitsluitend om te luisteren. Het lijkt stiller dus de stofzuiger werkt het eerste massagraf weg. Zo kan ik direct zien of de nieuwe laag poeder nieuwe slachtoffers maakt. En ja hoor, na drie dagen nog steeds gezoem, vooral uit de lampenkap op de kamer van zoonlief. Er zitten zo’n vijf wespen in, waarvan een stuk of drie mega exemplaren. Vooral als het licht aan gaat, gaan ze los. Het zoemen klinkt dan oorverdovend.

Week drie; er liggen dertig dode wespen op de grond, vijftien zitten in de lampenkap en die zijn heel actief. Ik durf de vliering op en zie minstens vijfhonderd dode wespen en een mega grijze bal. Massagraf twee verwijder ik met een zaklamp dicht in de buurt. En … ik hoor nog steeds knagen. Snel het luik weer dicht.

Maandag bel ik de ongediertebestrijder weer met de vraag: ‘hoe lang ze nog actief zijn?’

“Tsja, jij hebt echt een heel taai volkje getroffen. Wacht tot donderdag en als je dan nog iets ziet of hoort, dan kom ik weer.” Ik zit gelaten beneden en lees dat koninginnen overwinteren door zich met hun kaken vast te bijten in hout. Ze worden dan in het voorjaar wakker. Het terug verhuizen naar de stad komt nu rap dichterbij.

Column over het leven op het platteland als recht geaard stadsmens. Dit maal in twee delen, omdat we het hier hebben over een zeer hardnekkig volkje. Deel I kun je teruglezen, handig om daar te beginnen ;-). In februari weer nieuwe columns. 

Advertenties

Logees I

23 jan

“Mam, ik hoor geknaag.”

Mijn zoon van 14 heeft wel vaker geen zin om naar bed te gaan, dus ik doe het af met: ‘Ik zet morgen een muizenval dan zal het wel over zijn’.

Hij geeft op en gaat slapen, want muizen huizen graag op zijn vliering, zeker als het kouder wordt.

’s Nachts verwijder ik een mega wesp uit de badkamer. Er gaat geen licht branden. Wel zeg ik wat bibberig tegen mijn echtgenoot dat dit toch wel echt een hele grote was. Hij verklaart me voor gek dat ik het beest niet dood. Tsja, het zat in mijn opvoeding: ‘Wespen zijn nuttig, die mag je niet zomaar doodslaan. Bovendien worden ze agressief als je mist.’ Genoeg dreiging in die educatieve opmerkingen om te leren hoe je een wesp met een plastic beker en papier vangt en vrij laat. Heel nuttig op het platteland en ook toepasbaar bij spinnen en langpootmuggen.

De volgende morgen zitten er in elke slaapkamer wespen en dikke zwarte vliegen. Als ik stil sta, hoor ook ik knagen in de kamer van mijn zoon. Het geluid doet me denken aan het geluid dat ik al de hele zomer bij de schuur hoor. Ik laat alle wespen naar buiten, schrijf op de boodschappenlijst ‘muizenval’ en denk er niet meer aan.

Dezelfde dag, na de voetbaltraining zegt mijn zoon: “Ma zou het geen nest zijn?”

“Nest? Hoezo nest? De vogels broeden in mei, misschien juni, het is eind september.” Ik begrijp hem niet.

“Nee, een wespennest. Op mijn zolder, weet je nog?” zucht mijn zoon geërgerd.

Eenmaal thuis lopen we om het huis heen. En ja hoor, daar hangt een grijze slurf net boven het Franse balkonnetje. We tellen zo’n dertig wespen die in en uit vliegen, dat lijkt behapbaar. Binnen zitten er ook weer een stuk of acht. Op zijn kamer hoor ik nu een aanzwellend zoemend geknaag.

‘Shit’. Dat wordt de kamer vergrendelen.

Zoonlief slaapt vanaf dan op de kamer van de jongste, de jongste bij ons en de middelste op haar eigen kamer. Maandag google ik wespenbestrijding en mijn gemeente. Ik kom direct op de ongediertebestrijdingspagina van mijn gemeente uit. Nee dus, het is een commerciële webverwijzer. Het kan me niet schelen, de gemeente vergoedt toch niet. Dinsdag komt de lokale held van de ongediertebestrijding.

…..  wordt vervolgd ….

Column over het leven op het platteland als recht geaard stadsmens. Dit maal in twee delen, omdat we het hier hebben over een zeer hardnekkig volkje. Maandag 30 januari 20.30 uur deel II.

%d bloggers liken dit: