Angst regeert

6 mrt

Mijn man telde de foto’s in de NRC: “Vijf. En dan heb ik de artikelen die over die man gaan of aan hem gerelateerd worden nog niet mee geteld. Vind je het gek dat de wereld verdeeld raakt? Waarom wordt die niet wat meer genegeerd?”

Goeie vraag, lastig te beantwoorden. Lezers zijn hongerig naar achterklap. Verslaglegging is saai. Insinueren geeft bestaansrecht, ook al is het kwijnend. Dus is de kijker, luisteraar en lezer overgeleverd aan zwart-wit verhalen zonder nuance, want dat verkoopt.

De achterklap regeert en dus kies je graag ongenuanceerde leiders, liefst type straatvechter. Je kunt immers heerlijk over ze roddelen. Je bent overzichtelijk ‘voor’ of ‘tegen’ hun beleid, omdat dat beleid nooit grijs is maar altijd zwart of wit. Je hoort uit eerste hand hoe het met het land gaat, want de straatvechter is jouw vriend en dus deel je wat app-groepen en facebookpagina’s. Maar je bent ook angstig, omdat een straatvechter nou eenmaal vijanden heeft en aangezien hij jouw leider is, zijn dat ook jouw vijanden. En die vijanden beletten jou om net zo succesvol te zijn als de leider. Want dat je net zo succesvol als hem kunt worden, dat staat vast. Iedereen heeft immers kans op de ‘selfmade man’ status.

De meeste populistische politici zijn selfmade, tonen groots de eigen successen, falen nooit, gaan niet in discussie en geven altijd anderen de schuld van het onrecht in de wereld. Deze ‘nieuwe leiders’ staan aan de zijlijn van het voetbalveld en zijn helden omdat zij altijd de poule winnen, de juiste man uitschelden en volop sponsoren. Je ziet ze nooit als vrijwilliger in de late uurtjes lijnen trekken, kantines vullen of kleedkamers schoonmaken. Ieder heeft nou eenmaal zo zijn eigen inbreng. En dat de zoon van de leider in het eerste speelt en nooit op de bank zit ondanks zijn lage effectiviteit, dat heeft zijn vader voor hem verdient. Je ziet en hoort vooral over die ene geweldige goal van de zoon, drie jaar geleden, die goal die de wedstrijd totaal veranderde. Keer op keer in de eigen vertrouwde social media.

Juist het zwart wit denken over de eigen leider voedt de angst. Bij het ene deel van het land is er de angst dat jouw leider wordt afgezet door het tuig dat tegen hem is. Het andere deel is bang voor de daden van de leider en zijn aanhang, die hen als vijand beschouwt.

Wat de wereld nodig heeft, is een opfriscursus ‘vragen stellen, luisteren en nuanceren’. Dat begint bij jezelf. Liken, forwarden en posten mag alleen nog maar als je er een reactie bij plaatst in de vorm van een vraag. Zorg dat je discussieert over wat je leest, ziet en hoort. Doe dit met mensen die je wel en niet kent, liefst gewoon als je naast of tegenover ze zit.Want niets is leuker dan leren van de ander in plaats van angst hebben voor het onbekende. Een plaatje kan duizend dingen zeggen, maar alleen als je praat met de maker ontdek je nuances en voeg je er zelf nieuwe aan toe. Samenleven kan alleen in vertrouwen, niet in angst.

Journalisten: negeer iemand die geen vragen wil beantwoorden, want alleen dan kan het hoor-wederhoor principe zijn werk doen. Samenleven begint daar waar mensen met elkaar in gesprek zijn en als dat gesprek er niet is, is er ook geen ‘samen’. De wereld is nooit zwart-wit geweest. Stop de angst.

20150226_103353

Advertenties

Killing my darlings

27 feb

Mijn roman ‘Groene Koffie, het land van mijn broer’ is na vier jaar ploeteren verschenen. Veel is geschrapt, waaronder dit stuk over een vliegtuigpassagier. Ik kan het niet laten om deze toch te laten lezen … njoy

Charlie is aan het woord. Zij is de zus van de hoofdpersoon, Juan, en reist op haar vijfendertigste voor het eerst weer met haar ouders naar Colombia om de familie van haar broer te ontmoeten —-

“.. Wat een reis, vreselijk. Ik ben twintig jaar ouder geworden en blijkbaar ernstig gegroeid. Mijn benen passen onmogelijk in economy class. Al die stoelen zijn gebaseerd op mensen van 1.65 meter. Ik zit al drie uur opgepropt. Alles vanaf mijn grote teen tot aan mijn middel tintelt. Vooral het niet in toom kunnen houden van de bilmassa is verontrustend. Hoe hard ik die spieren ook aanspan een reactie blijft uit. Alleen een zeurende blauwe-plekken-pijn nestelt zich in mijn hoofd. Ik probeer uit alle macht de aandacht van de stewardess of mijn ouders te trekken. Tevergeefs, de spataderen en doorzitplekken voel ik als schimmels door mijn lijf woekeren. Niets zorgt voor afleiding. Uitsluitend het schrijven in mijn notitieblokje helpt om niet heel hard te gaan gillen. Totdat de tintelingen verworden tot trillingen en ik daadwerkelijk opschrijf: ‘S.O.S. stoelnummer 134A’. Het vouwen van een vliegtuigje mislukt jammerlijk. Het vodje dat overblijft, lijkt meer op een kinderopdracht dan een noodkreet.

Mijn ouders van vijfenzestig plus lijken nergens last van te hebben, hun middenrij is een oase van rust en zeer beleefd wisselen zij wat minimale informatie uit met hun buren. Niet te veel. “Want”, volgens mijn moeder, “weet je nooit wat die lokalen doen met al die informatie, dus je kunt maar beter oppervlakkig blijven.”

Uiteraard houdt mijn vader zijn mond tot het moment dat mam in diepe slaap is, daarna krijgt hij, naar het er uit ziet, een sprankelende conversatie met de twee jongeren naast hem. De wens en het belang om snel op te staan worden steeds groter. Ik wil me mengen in de conversatie. Maar helaas, mijn van hem geërfde nieuwsgierigheid moet wachten. De aan mijn rechterzijde snurkende mevrouw met de omvang van Oprah Winfrey in haar ‘ik kan even geen dieet meer zien’-dagen is in diepe coma. Klopje op haar schouder, por in haar zij, hard kuchen, klappen in de handen; niets helpt. De dame is duidelijk in een overweldigend mooie droomwereld, waar aards geluid en gevoel geen toegang hebben. Dus ik tril lekker verder, de voeten inmiddels gevoelloos, de knieën verstijfd. Want niet alleen de dame naast mij is als een blok beton, ook de heer voor mij. Nee, als het alleen de dame naast mij was geweest, had ik me wellicht nog, met heel veel moeite, op de stoel kunnen wurmen om dan via de hoofdsteunen te ontsnappen. Helaas, er is meer.

Vanaf de start plofte de stoel voor mij in de slaapstand. De meneer in kwestie deed oordoppen in en ging maffen. Daardoor ben ik vanaf mijn bovenbenen bekneld. Binnensmonds vervloek ik de hele wereld, maar vooral mezelf, omdat ik mijn buurvrouw niet wakker durf te maken. Pas als na een uur één van mijn billen in slaap is, ontplof ik.

‘Dit is waanzin, nog vele uren te gaan, iedereen slaapt, mijn stewardessen lichtje heeft onafgebroken hulpeloos geknipperd, mijn ontsnap ideeën zijn op.’

Ik pak mijn koptelefoon en zoek een vreselijk krakende zender vol naargeestige muziek. Deze zet ik op volume tien. Mijn oren tuten; dat gaat werken. De koptelefoon schuif ik eerst zonder pardon op de oren van mijn buurman voor, die direct met stoel en al rechtop schiet, naar ik aanneem verwilderd om zich heen kijkend. Net op tijd gris ik de koptelefoon terug om hem nu, niet bepaald zachtzinnig, op het hoofd van mijn buurvrouw te zetten. Die wordt wakker, althans haar ogen gaan open. Haar mond hapt, net als een vis op het droge, naar lucht, haar handen vliegen richting haar oren. Ik grijns, de verlossing is nabij. Voordat ze er erg in heeft, trek ik de koptelefoon weer terug en roep:

“Excusez, pardon, excuse me, perdón” en wijs richting mijn kruis en de toiletten. De dame is nog steeds in shock en reageert niet. “Potvolblommen” kreun ik.

Maar nu ik in de omstandigheden verkeer, waarin mijn benen te bewegen zijn, trek ik ze op mijn stoel en laat me over haar heen vallen. Gelukkig slapen vrijwel alle mede passagiers, dus krijg ik alleen wat geërgerde blikken van ouders die hun blèrende kinderen net in slaap hebben. Ik strompel richting de toiletten, prioriteit één. Als ik wat tot rust ben gekomen, al mijn ledematen weer naar behoren functioneren en ik het meeste angstzweet heb weg gedept, heb ik de neiging om bij mijn vader uit te huilen en bij Hugo te klagen per sms. Ik hou me in, want beiden is natuurlijk belachelijk. Wel weet ik, dat ik niet meer terug ga naar die plek en niet meer de backpacker van weleer ben. Een illusie armer, ga ik op zoek naar de enige steward in de crew….”

Roman Groene Koffie

 

 

%d bloggers liken dit: