Killing my darlings

27 Feb

Mijn roman ‘Groene Koffie, het land van mijn broer’ is na vier jaar ploeteren verschenen. Veel is geschrapt, waaronder dit stuk over een vliegtuigpassagier. Ik kan het niet laten om deze toch te laten lezen … njoy

Charlie is aan het woord. Zij is de zus van de hoofdpersoon, Juan, en reist op haar vijfendertigste voor het eerst weer met haar ouders naar Colombia om de familie van haar broer te ontmoeten —-

“.. Wat een reis, vreselijk. Ik ben twintig jaar ouder geworden en blijkbaar ernstig gegroeid. Mijn benen passen onmogelijk in economy class. Al die stoelen zijn gebaseerd op mensen van 1.65 meter. Ik zit al drie uur opgepropt. Alles vanaf mijn grote teen tot aan mijn middel tintelt. Vooral het niet in toom kunnen houden van de bilmassa is verontrustend. Hoe hard ik die spieren ook aanspan een reactie blijft uit. Alleen een zeurende blauwe-plekken-pijn nestelt zich in mijn hoofd. Ik probeer uit alle macht de aandacht van de stewardess of mijn ouders te trekken. Tevergeefs, de spataderen en doorzitplekken voel ik als schimmels door mijn lijf woekeren. Niets zorgt voor afleiding. Uitsluitend het schrijven in mijn notitieblokje helpt om niet heel hard te gaan gillen. Totdat de tintelingen verworden tot trillingen en ik daadwerkelijk opschrijf: ‘S.O.S. stoelnummer 134A’. Het vouwen van een vliegtuigje mislukt jammerlijk. Het vodje dat overblijft, lijkt meer op een kinderopdracht dan een noodkreet.

Mijn ouders van vijfenzestig plus lijken nergens last van te hebben, hun middenrij is een oase van rust en zeer beleefd wisselen zij wat minimale informatie uit met hun buren. Niet te veel. “Want”, volgens mijn moeder, “weet je nooit wat die lokalen doen met al die informatie, dus je kunt maar beter oppervlakkig blijven.”

Uiteraard houdt mijn vader zijn mond tot het moment dat mam in diepe slaap is, daarna krijgt hij, naar het er uit ziet, een sprankelende conversatie met de twee jongeren naast hem. De wens en het belang om snel op te staan worden steeds groter. Ik wil me mengen in de conversatie. Maar helaas, mijn van hem geërfde nieuwsgierigheid moet wachten. De aan mijn rechterzijde snurkende mevrouw met de omvang van Oprah Winfrey in haar ‘ik kan even geen dieet meer zien’-dagen is in diepe coma. Klopje op haar schouder, por in haar zij, hard kuchen, klappen in de handen; niets helpt. De dame is duidelijk in een overweldigend mooie droomwereld, waar aards geluid en gevoel geen toegang hebben. Dus ik tril lekker verder, de voeten inmiddels gevoelloos, de knieën verstijfd. Want niet alleen de dame naast mij is als een blok beton, ook de heer voor mij. Nee, als het alleen de dame naast mij was geweest, had ik me wellicht nog, met heel veel moeite, op de stoel kunnen wurmen om dan via de hoofdsteunen te ontsnappen. Helaas, er is meer.

Vanaf de start plofte de stoel voor mij in de slaapstand. De meneer in kwestie deed oordoppen in en ging maffen. Daardoor ben ik vanaf mijn bovenbenen bekneld. Binnensmonds vervloek ik de hele wereld, maar vooral mezelf, omdat ik mijn buurvrouw niet wakker durf te maken. Pas als na een uur één van mijn billen in slaap is, ontplof ik.

‘Dit is waanzin, nog vele uren te gaan, iedereen slaapt, mijn stewardessen lichtje heeft onafgebroken hulpeloos geknipperd, mijn ontsnap ideeën zijn op.’

Ik pak mijn koptelefoon en zoek een vreselijk krakende zender vol naargeestige muziek. Deze zet ik op volume tien. Mijn oren tuten; dat gaat werken. De koptelefoon schuif ik eerst zonder pardon op de oren van mijn buurman voor, die direct met stoel en al rechtop schiet, naar ik aanneem verwilderd om zich heen kijkend. Net op tijd gris ik de koptelefoon terug om hem nu, niet bepaald zachtzinnig, op het hoofd van mijn buurvrouw te zetten. Die wordt wakker, althans haar ogen gaan open. Haar mond hapt, net als een vis op het droge, naar lucht, haar handen vliegen richting haar oren. Ik grijns, de verlossing is nabij. Voordat ze er erg in heeft, trek ik de koptelefoon weer terug en roep:

“Excusez, pardon, excuse me, perdón” en wijs richting mijn kruis en de toiletten. De dame is nog steeds in shock en reageert niet. “Potvolblommen” kreun ik.

Maar nu ik in de omstandigheden verkeer, waarin mijn benen te bewegen zijn, trek ik ze op mijn stoel en laat me over haar heen vallen. Gelukkig slapen vrijwel alle mede passagiers, dus krijg ik alleen wat geërgerde blikken van ouders die hun blèrende kinderen net in slaap hebben. Ik strompel richting de toiletten, prioriteit één. Als ik wat tot rust ben gekomen, al mijn ledematen weer naar behoren functioneren en ik het meeste angstzweet heb weg gedept, heb ik de neiging om bij mijn vader uit te huilen en bij Hugo te klagen per sms. Ik hou me in, want beiden is natuurlijk belachelijk. Wel weet ik, dat ik niet meer terug ga naar die plek en niet meer de backpacker van weleer ben. Een illusie armer, ga ik op zoek naar de enige steward in de crew….”

Roman Groene Koffie

 

 

Advertenties

Eén reactie to “Killing my darlings”

  1. MArjolein 27 februari 2017 bij 20:52 #

    Hoi, jammer dat deze moest sneuvelen. Leuke passage! Heb bij bewustzijn, mijn reis naar Kenia als vier jarige dus niet meegerekend, niet langer dan twee en een half uur in een vliegtuigstoel gezeten. Een langer vlucht moet ik niet echt aan denken! Zeker niet na het lezen van deze passage!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: