Kantjil, Tijger, Kelap en Aap

8 Jul

Kleine Kantjil rent

zo hard als hij kan

zijn hoefjes trappelen razendsnel

wel zeven keer per seconde

raken ze de klamme grond

 

 

de andere dieren in het oerwoud

houden hun poten stijf voor hun oren

zijn bang voor het rusteloos brullen van de tijger

verstoppen hun lekkere lijfjes

in het donkere ondoorzichtige struikgewas

het oerwoud houdt haar adem in

is de tijger tevreden met wat vogels?

of wil hij meer?

en staat Kantjils moeder op het menu?

Kantjils moeder moet bevallen van een broertje of zusje

muisstil ligt zij tussen de wortels van de Lesoeh

alleen haar flanken gaan paniekerig op en neer

de pootjes steken al uit

ze moet hard persen

het lawaai stopt

de angst is verdwenen

al haar aandacht is gericht op de geboorte

van het nieuwe kindje

haar slimme Kantjil zal haar redden

als hij de schildpad maar vindt

Hijgend staat Kantjil stil

aan de oever van de rivier

hij hoort de tijger niet

maar schijn bedriegt

en de tijger is slim

hij kan niet vertrouwen

op een goede afloop

dat heeft zijn moeder hem geleerd

hij roept zo hard hij kan: “Kelap, ik heb je nodig”

er gebeurt niets

de stenen blijven roerloos liggen

Kantjil probeert het nog eens:

“Kelap, kom me helpen. Dan krijg je doerians*?

nu beweegt één van de stenen

heel langzaam drijft de steen naar de kant

Kantjil trappelt van ongeduld

de tijger kan niet ver meer zijn

“Ja, kantjil wat is er?”

op zijn gebruikelijk langzame toon

toont Kelap zijn belangstelling voor het beloofde voedsel

“Je moet me helpen. Neef tijger wil mij op eten.”

Kantjil trilt, Kelap zwijgt

langzaam schommelt Kelap de kant op

“Dat gaat niet gebeuren. We gaan naar aap. Hij zal ons helpen.”

Met zijn hoeven gooit Kantjil Kelap op zijn rug

“Hou je vast”, roept hij achterom

net op tijd springen ze het dichte donkere gebladerte in

neef tijger duikt aan de overkant van de rivier op

hij ruikt ze, zonder veel nadenken

duikt hij vanuit het hoge gras

het water in en zwemt heel hard

Aap is gewaarschuwd

door Doewie, de vliegende eekhoorn

aap slingert onrustig van boom tot boom

waar blijven die twee nou?

dan hoort hij hoefgetrappel,

snel en licht

Kantjil verschijnt op de open plek

bij de grote dikke Taro** plant

blijft hij staan

hij kijkt naar boven

daar tussen de lianen wacht aap

Kelap schraapt zijn keel

hij roept naar boven:

“Aap, wilt u ons helpen?”

Ze horen niets

“Aap: tijger is vlakbij en jij kent zijn aard. Help ons.”

Kantjil bokt van de spanning.

zijn achterpootjes vliegen ongedurig in de lucht

Eindelijk, na wat een eeuwigheid lijkt, verschijnt aap

“Vrienden. Schaaf deze toeba wortels***.”

“Als dat klaar is, keer terug naar de rivier.”

Kantjil zet grote ogen op

“Maar aap dat kan niet, tijger kan hier elk moment zijn.

Ik ruik hem.”

“Kantjil, ik leid tijger af. Tot zo bij

de oude suikerpalm aan de oever.”

Kelap drukt zijn pootjes hard in de rug van Kantjil

Kantjil zwijgt, zakt door zijn poten

En laat Kelap van zijn rug kruipen

Samen schaven ze de toeba wortels

Niet lang daarna zien ze aap

Op de oever, naast de suikerpalm

Tijger staat tot aan zijn buik in het water

Tussen de waterhyacinthen

Hij gromt boos naar aap,

maar verroert geen poot

Aap zwaait vrolijk naar Kelap en Kantjil,

Die voorzichtig dichterbij komen

“Kijk vrienden.” Zegt aap

“Neef tijger heeft honger.”

Kantjil en Kelap knikken naar tijger

“Ja dat zien wij,” antwoorden zij beleefd

Aap gaat verder

“Ik heb hem verteld over het magische

schaafsel dat jullie meedragen.”

Kelap en Kantjil schudden hun kop

Ze begrijpen er niets van

“Tijger krijgt dit schaafsel,

omdat hij beloofd heeft mij niet op te eten.”

“En wij dan?” vraagt Kantjil

“Julllie staan op het menu, na de vissen die hier straks rondvliegen.”

Aap knipoogt, tijger ziet het niet

Kantjil wel, hij is gerustgesteld

Kelap protesteert, maar kan niet voorkomen

dat Kantjil het schaafsel

in een groot lotus blad strooit

en aan aap geeft

Aap schept water uit de rivier

Tijger wordt ongeduldig

“Duurt het nog lang?

ik krijg het koud en mijn poten trillen.”

“Laat anders die vliegende vissen maar zitten,

ik eet die twee daar direct wel op”

Kelap en Kantjil gaan van schrik een stap achteruit

Aap geeft het met water gevulde lotusblad aan tijger

“niet zo ongeduldig,

je zult niet geloven hoeveel vissen je straks eet.”

Hij wijst naar Kantjil en Kelap

“en daarna volgen zij. Maar drink nu.”

Tijger neemt grote slokken

hij probeert zijn honger te lessen met

het mengsel in het lotusblad

dan spuugt hij in het water

er gebeurt niets

“Hé aap, ik zie geen vissen.”

zegt tijger

“Nee, je moet meer spugen. Drink het blad leeg.”

Tijger drinkt en spuugt weer

Langzaam begint hij door zijn poten te zakken

“Ik hoor van die rare geluiden.”

“Ja, dat zijn de vliegende vissen, ze komen”

De ogen van tijger rollen in zijn kop

Hij zakt nog dieper tussen het groen

van de waterhyachinten

Alleen zijn rug en kop zijn nog zichtbaar.

“Ik zie rare kleuren.”

“Dat zijn de vissen. Sla ze uit de lucht.”

roept aap

Kantjil en Kelap kijken vol verbazing

naar de sterke tijger,

die dronken in het water lijkt te drijven.

zijn klauwen slaat hij wel uit,

maar hij mist kracht

en wankelt

“Aap, ik proef ze. Wat zijn ze lekker.”

Aap lacht en zegt:

“Zeker en alleen voor jou. Geniet.”

Tijger wil nog wat zeggen

maar zijn kop is onder water

en niemand hoort hem meer

alleen zijn staart drijft nog op het water

Aap hakt de staart af

en geeft deze aan Kantjil

“Zo, die zien we niet meer terug.”

Kelap en Kantjil buigen voor aap

“Dank aap. U bent een ware vriend.”

Aap krijst van vreugde

zijn list heeft gewerkt

Tijger is niet meer

Doewie is er wel

hij komt aangevlogen

van tak naar tak, van liaan naar liaan

zijn wijde vel als een parachute om hem heen

met een salto landt hij op het schild van Kelap

“Goed nieuws vrienden.

Kantjil heeft een broertje.”

Kelap rolt op zijn rug en terug

Kantjil huilt van blijdschap

“Hoe is het met mama? En met de baby?”

Doewie is al weer in de boom

ongeduldig als hij is, gaat hij verder

op zoek naar nieuw avontuur

in zijn vlucht roept hij:

“Het gaat heel goed, ze vragen of je komt.”

Kantjil groet Kelap

en schenkt hem vier doerians*

Aap is reeds vertrokken

Dan rent Kantjil weg

zo hard als hij kan

met de staart van tijger

tussen zijn tanden

gierend van de lach:

Welkom broertje

Dag domme tijger

Geschreven in opdracht met de mogelijkheid tot uitvoering op muziek. Nog niet gepubliceerd. Voor kinderen groep 6,7,8 lagere school.

* De doerian is een grote groenachtige vrucht met sneeuwwit vlees, waarin zwarte pitten zitten. Ze riekt lelijk, maar heeft een frisse smaak.

** Taro is een plant, die knollen heeft, welke een zeer voedzaam meel leveren.
*** Deze wortels worden fijn geschaafd en een afkooksel daarvan in het water gegoten. Dit heeft een verdovende invloed op de vissen, die daardoor gemakkelijk gevangen worden.

Advertenties

Eén reactie to “Kantjil, Tijger, Kelap en Aap”

  1. cellulitis 26 januari 2012 bij 16:31 #

    Waarlijk roerend! Ben je mogelijk van plan meer van dit soort stukjes te maken? Laten we het hopen. Ik ben hoe dan ook erg verbaasd. Ga absoluut zo door!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: